Binnen de hulpverlening spreken we doorgaans alleen over ‘ontwikkelingsachterstand’ bij kinderen en jongeren. Zodra iemand achttien wordt, verdwijnt dat begrip uit de terminologie, alsof ontwikkeling vanaf dat moment vanzelfsprekend en lineair verloopt. Maar wat gebeurt er wanneer een volwassene jarenlang geen ruimte krijgt om zich te ontwikkelen omdat die in een situatie van gedwongenheid, misbruik of uitbuiting leeft?
Wat er dan ontstaat, lijkt misschien niet in de definities te passen —
maar het ís wel degelijk een achterstand.
En vaak een hele grote.
Ontwikkeling stopt niet vanzelf; uitbuiting stopt die wel
Van mijn 21e tot mijn 28e stond mijn leven stil.
Niet figuurlijk, maar letterlijk: geen opleiding, geen werkervaring, geen sociale ontwikkeling, geen identiteit in opbouw. Terwijl leeftijdgenoten hun studies afronden, relaties aangaan, zich settelen en hun plek in de maatschappij vinden, stond ik op pauze.
Wat vaak wordt onderschat, is dat dit stilzetten niet alleen impact heeft tijdens die jaren zelf, maar nog vele jaren daarna. Want na een periode van uitbuiting begint niet de ontwikkeling — eerst begint het herstel.
En herstel kost tijd. Soms heel veel tijd.
In mijn geval kostte het 19 jaar voordat ik daadwerkelijk ruimte voelde om mijn ontwikkeling weer op te pakken. Ik ben nu 46 en ben net begonnen aan mijn HBO-opleiding. Met een beetje geluk heb ik mijn bachelor voor mijn 50e. Of dat tegen die tijd nog zinnig zal blijken, weet ik pas als ik er ben. Misschien word ik dan gezien als “te oud voor het werkveld”. Maar voor het eerst in mijn leven kan ik überhaupt investeren in mijn toekomst.
Dat is winst. Maar wel met een levenslange vertraging.
Herstel gaat niet over doorgaan — maar over terugvinden
Veel mensen verwachten dat iemand na uitbuiting “zijn leven weer oppakt”.
Maar je kunt niets oppakken als je eerst moet zoeken waar je het hebt achtergelaten.
Het herstelproces bestaat uit:
- identiteit opnieuw opbouwen
- rouwen om gemiste jaren
- opnieuw leren vertrouwen
- leren omgaan met onbegrip in de maatschappij
- omgaan met de vraag “waar zou ik zijn geweest als dit niet was gebeurd?”
Herstel is geen rechtlijnige route; het is een langzaam proces van zelfherstel, heroriëntatie en verliesverwerking. Ontwikkeling kan pas volgen wanneer die fundering weer stevig genoeg is.
Nieuwe contacten brengen niet alleen hoop, maar ook kwetsbaarheid
Wat veel professionals niet zien, is hoe ingewikkeld het opbouwen van nieuwe sociale contacten is. Bij elk nieuw contact komt vroeg of laat de vraag: “Vertel eens iets over jezelf.”
En dan ontstaat er een spanningsveld:
- vertel je de waarheid, met het risico op onbegrip of oordeel?
- of houd je je verhaal deels verborgen, en draag je opnieuw de last alleen?
Het is geen onwil om open te zijn — het is zelfbescherming in een wereld die vaak meer oordeelt dan begrijpt.
Professionele achterstand is een gevolg, geen gebrek
Wanneer iemand zijn volwassen ontwikkeling jarenlang niet heeft kunnen vormgeven, ontstaat er automatisch een professionele achterstand. CV’s vertonen gaten, opleidingen ontbreken, werkervaring is minimaal. Niet omdat iemand geen talent heeft, maar omdat die talenten nooit de kans kregen om zich te ontwikkelen.
Veel slachtoffers van uitbuiting worden na hun herstel gedwongen om te beginnen in functies die zij niet hadden gekozen als ze de kans hadden gehad om zich wel te ontwikkelen — magazijnwerk, schoonmaak, fysiek werk — simpelweg omdat dat de enige banen zijn die toegankelijk zijn zonder opleiding of referenties.
Ook ik ben daar geweest.
En iedere keer voelde dat niet alleen als economische schade, maar ook als een bevestiging van wat me is afgenomen.
Een voorbeeld: teruggezet worden naar een niveau dat niet bij je leeftijd past
Een van de meest confronterende momenten uit mijn traject vond plaats op de eerste dag van creatieve therapie. De therapeut vroeg mij een hand te tekenen en in de vingertoppen iets over mezelf te schrijven. Een eenvoudige opdracht — bedoeld om zacht te starten.
Maar ik kreeg het niet voor elkaar.
Met mijn pedagogische achtergrond wist ik dat ik theoretisch aan háár kant van de tafel had kunnen zitten. In een ander leven had ik deze opdracht kunnen begeleiden. En toch zat ik daar, worstelend met een oefening die voelde alsof hij bedoeld was voor iemand die net begint aan volwassen worden.
Het was een scherp, bijna pijnlijk inzicht: ontwikkeling laat zich niet dwingen door leeftijd.
Hij volgt de ruimte die je krijgt — en als die ruimte ontbreekt, ontstaat er een gat dat je maar moeilijk kunt vullen.
En soms lukt het nooit helemaal — en dat verdient óók begrip
Voor sommige mensen kost herstel tien jaar.
Voor anderen twintig.
Voor sommigen lukt het gewoonweg niet.
Niet omdat ze niet willen, maar omdat de voortdurende confrontatie met hun verleden te zwaar blijft. Elke stap vooruit kan nieuwe pijn oproepen, nieuwe vragen, nieuwe oordelen. Sommigen leven daardoor noodgedwongen een leven in twee werelden: een nieuwe identiteit aan de buitenkant en een verzwegen geschiedenis daaronder.
Voor deze mensen is de ontwikkeling niet vertraagd, maar blijvend geblokkeerd.
Tijd om in de begeleiding voor slachtoffers hier meer ruimte voor te maken:
Iedereen die werkt met slachtoffers van uitbuiting kan het verschil maken — niet met grote gebaren, maar met kleine, consequente daden van begrip.
Vraag jezelf af:
- Waar kan ik meer geduld tonen?
- Waar kan ik minder oordelen?
- Waar kan ik helpen om nieuwe kansen wél bereikbaar te maken?
Slachtoffers dragen het verleden al lang genoeg.
Reactie plaatsen
Reacties