Wanneer helpen niet als helpen voelt

Gepubliceerd op 27 november 2025 om 10:04

Ik kijk niet zoveel televisie. Meestal mis ik er niets aan. Maar soms vang je een fragment op dat zó typerend is voor een groter probleem, dat je er niet meer vanaf komt. Deze week gebeurde dat bij een stukje uit Bureau Utrecht van Ewout Genemans.

Er was een melding binnengekomen van een mishandeling van een jonge vrouw door haar (ex-)vriend. Vier agenten rukten uit. Wat daarna gebeurde, liet mij niet meer los.

Een meisje dat hulp niet als hulp ervaart

De jonge vrouw die vermoedelijk was mishandeld, was vijandig naar de politie. Ze had een grote mond, wilde niets van hen weten en werkte op geen enkele manier mee. Je zag een jonge politieagente die haar benaderde en bleef herhalen dat ze er waren om haar te helpen, dat ze medewerking nodig hadden om iets voor haar te kunnen doen.

Maar het meisje bleef weerstand bieden.

Omdat er foto’s gemaakt moesten worden van haar letsel, werd ze hard tegen de muur gedrukt zodat de jonge agente beelden van de blauwe plekken kon maken. Intussen sprak een collega met de vermoedelijke dader.

Toen duidelijk werd dat de vrouw geen aangifte zou doen, besloten de agenten de man alsnog ambtshalve op te pakken — op camera was te zien hoe hij haar een pizzeria in sleurde, genoeg grond voor ingrijpen.

Maar de jonge vrouw bleef vijandig.
En de agente werd steeds kribbiger, eindigend met:
“Dan moet je het ook maar lekker zelf uitzoeken.”

Aan het einde werd de agente geïnterviewd en ook daar klonk dezelfde geïrriteerde toon. Geen greintje begrip voor het gedrag van de jonge vrouw. Alleen frustratie.

En precies dát vond ik zo typerend.

Mijn irritatie zat niet bij het slachtoffer — maar bij de agente

Wat mij stoorde was niet dat de agenten handelden. Soms móét je optreden.
Wat me stoorde was het totale gebrek aan inzicht in waarom slachtoffers in dit soort situaties zo reageren.

Want op de beelden was overduidelijk zichtbaar dat de jonge vrouw ernstig letsel had:
blauwe plekken rondom haar nek — alsof ze gewurgd was — en op haar bovenarmen, alsof ze hard beetgepakt of geslagen was.
De vermoedelijke dader stond tijdens het hele incident op anderhalve meter afstand van haar. Ze was fysiek én emotioneel opgefokt, bang, overweldigd.

De juiste bejegening is in zulke situaties cruciaal. Niet alleen om bewijs te verzamelen, maar om het verschil te maken tussen iemand die ooit nog hulp durft te vragen — of nooit meer.

Maar begrip ontbrak totaal.

Waarom slachtoffers soms vijandig zijn: de onderlaag die niemand ziet

Ik herkende het gedrag van het meisje pijnlijk goed.
Ik wist waarom ze zo deed.

Want ik heb het zelf meegemaakt, in de tijd dat ik onder controle stond van mijn mensenhandelaar.

Soms was de politie op zoek naar hem, of naar zijn broers die van andere feiten werden verdacht. En ook ik was dan vijandig. Niet omdat ik hun werk niet respecteerde, niet omdat ik niet geholpen wilde worden — maar omdat vijandigheid mijn enige veilige optie was.

Hier is waarom:

Ik was doodsbang voor de gevolgen als mijn mensenhandelaar zou horen dat ik had gepraat.

Ik had geleerd dat niemand mij echt kon beschermen, omdat de politie weer vertrok en ik met de gevolgen bleef zitten.

Ik voelde me verantwoordelijk voor de veiligheid van anderen als ik iets zou “verklappen”.

Ik wist dat hulp vragen gezien werd als verraad — met gevolgen die ik niet kon dragen.

Ik leefde in een constante staat van overleven, waar wantrouwen noodzakelijk is.

Ik kon niet laten zien dat ik bang was of hulp nodig had, omdat dat gevaarlijker was dan stoer doen.

Ik was mentaal zo geconditioneerd, dat vijandigheid veiliger voelde dan eerlijkheid.

Vijandig gedrag is geen onwil.
Het is geen ondankbaarheid.
Het is geen disrespect.

Het is angst.
Het is overleving.
Het is bescherming van jezelf in een wereld waar niemand je écht veilig kan maken.

Dat de agente dat niet begreep, is niet vreemd — maar wél pijnlijk. Want haar reactie bevestigt precies het probleem: slachtoffers moeten zich aanpassen aan het systeem, in plaats van dat het systeem begrijpt hoe trauma werkt.

Wat dit fragment mij duidelijk maakte

Dit fragment uit Bureau Utrecht liet mij zien dat we in Nederland nog steeds een groot gat hebben tussen hoe politie denkt dat slachtoffers zouden moeten reageren, en hoe slachtoffers in werkelijkheid reageren wanneer ze nog midden in het geweld zitten.

En als dat gat niet wordt gedicht, verliezen we slachtoffers telkens opnieuw.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.