In iedere strafzaak zal een advocaat van de gedaagde zoeken naar alles wat het verhaal van het slachtoffer kan ondermijnen. Zijn er strafuitsluitingsgronden? Is de aangeefster wel betrouwbaar? Zijn haar verklaringen consistent?
In mijn zaak tegen mijn mensenhandelaar vond zijn advocaat twee zinnen.
Twee.
Zinnen die volgens haar bewezen dat mijn verhaal niet betrouwbaar zou zijn.
De eerste zin kwam uit een telefoontap met mijn moeder. Zij zei daarin dat ik nogal stoer praatte over de periode waarin ik gedwongen werd tot prostitutie. Ik antwoordde dat ik mij bij de politie echt niet zo stoer hield.
De tweede zin was een gesprek met een vriendin. Ik zei daarin dat ik blij was met mijn nieuwe vriend, die meer dan gemiddeld verdiende, en dat dat prettig was gezien de levensstijl die ik had gehad door mijn verleden als prostituee.
Haal je die zinnen uit hun context, dan klinken ze inderdaad vreemd.
Waarom praat je niet zo stoer bij de politie?
Doe je je daar zieliger voor dan het was?
En welke levensstijl bedoel je, als je zegt dat je het grootste deel van je geld moest afstaan aan je mensenhandelaar?
Deze twee zinnen werden mij aangerekend. Niet omdat ik had gelogen, maar omdat ze ontbraken in het dossier.
De politie had deze passages namelijk bewust weggelaten. “Voor het gemak.” Omdat ze dachten dat het beter was voor de zaak.
Toen ik dat hoorde, was ik woedend.
Niet alleen omdat er zonder mij over mijn verhaal was beslist, maar omdat mijn zaak daarmee ineens op losse schroeven stond. Mijn betrouwbaarheid werd ter discussie gesteld. Niet door wat ik had gezegd, maar door wat níét was opgenomen.
Ik had liever gehad dat die zinnen wél in het dossier hadden gestaan. Dan had ik ze kunnen toelichten.
Want dat stoere praten tegen mijn moeder had niets te maken met het bagatelliseren van wat mij was aangedaan. Het had alles te maken met haar beschermen. Mijn moeder was labiel, kampte met alcoholproblemen en had net te horen gekregen dat haar dochter jarenlang gedwongen was geweest tot prostitutie. Ik wilde haar niet verder de afgrond in duwen. Dus hield ik me groot. Niet omdat het meeviel, maar omdat ik háár wilde sparen.
En die opmerking over mijn nieuwe vriend? Die ging niet over luxe of profiteren. Die ging over gemis. Jarenlang verdiende ik ongeveer duizend euro per dag. Geld dat ik vrijwel volledig moest inleveren. Ik kreeg vijftig euro terug voor een treinkaartje, sigaretten, wat te drinken en eten achter het raam. Twintig briefjes van vijftig euro gaf ik dagelijks af. Dat ik het geld niet zelf mocht uitgeven, betekent niet dat ik niet wist hoeveel ik verdiende — en wat ik mezelf had kunnen geven als ik die vrijheid wel had gehad. Dat ik blij was met een partner die mij nu wél veiligheid en ruimte kon bieden, zegt niets over mijn slachtofferschap. Het zegt iets over wat mij jarenlang is ontnomen.
Ik had dit prima kunnen uitleggen aan een rechter.
Maar doordat deze context ontbrak, werd ík de onbetrouwbare partij.
Daar had ik niet om gevraagd.
Het was niet mijn keuze.
En toch moest ík me verdedigen.
Tijdens de openbare verhoren hield ik me staande. Ondanks de brandende blikken van hem en zijn “pooierbroers” op de publieke tribune, die me met haat aanstaarden. Het had mijn zaak kunnen kosten als ik niet sterk genoeg was geweest om ter plekke mijn eigen woorden te duiden.
Maar wat als dat niet was gelukt?
Hoeveel slachtoffers vissen achter het net omdat hun verhaal “niet consistent” wordt genoemd?
Hoeveel mensenhandelaren lopen vrij rond omdat slachtoffers niet de woorden, de kracht of de ruimte kregen om zichzelf te verdedigen tegen keuzes die over hun hoofd heen zijn gemaakt?
Tot op de dag van vandaag wordt mijn betrouwbaarheid nog steeds ter discussie gesteld door mensen die het vonnis lezen. Is ze wel geloofwaardig? Klopt haar verhaal wel?
Wat zelden wordt gezien, is dat die twijfel niet ontstond door leugens — maar door systeemkeuzes. Door informatie achter te houden “voor het gemak”. Door te beslissen wat wel en niet relevant zou zijn, zonder het slachtoffer daarin te betrekken.
Ik heb me niet laten intimideren. Ik heb openbaar getuigd en mijn woorden teruggepakt. Maar dat was geen vanzelfsprekendheid. Dat was overleven, opnieuw.
Betrouwbaarheid is geen vast gegeven; het is iets wat het systeem je kan geven — of afnemen.
En zolang politie en justitie blijven bepalen welke delen van een slachtofferverhaal wel en niet verteld mogen worden, zijn het niet de daders die het meeste risico lopen, maar de slachtoffers zelf.
Twee zinnen hadden mijn zaak bijna gekost.
Niet omdat ze niet klopten, maar omdat ik er niets over mocht zeggen — tot het te laat dreigde te zijn.
Maak jouw eigen website met JouwWeb